‘Is het weer een meisje? Kunnen we haar niet terug stoppen?’ Dat schijnen de woorden van mijn vader geweest te zijn toen ik geboren werd. Hij had al een zesjarige dochter en hij had graag een jongetje gehad, om mee te voetballen waarschijnlijk. Uiteraard maakte hij een grapje – althans dat mag ik hopen. De zoon die hij wilde, is er nooit gekomen. Of toch wel?
Voetbal is mij met de paplepel ingegoten. Elke zondag de radio aan om Langs de lijn te luisteren en ‘s avonds natuurlijk Studio Sport. We gingen ook elk jaar naar de open dag van de plaatselijke voetbalclub. Destijds werd er tijdens de open dag nog een oefenwedstrijdje gespeeld, meestal in het stadion. Maar ik was te jong om na de open dag de wedstrijd bij te mogen wonen, ik moest naar huis met mijn moeder, terwijl mijn zus en mijn vader naar de wedstrijd gingen. Ik vermoed dat mijn vader probeerde om van mijn zus een voetbalsupporter te maken. Deze poging is echter mislukt en hij richtte zich op mij. Na een aantal jaar “ik wil ook mee”-gezeur is het blijkbaar opgevallen dat ik voetbal toen al leuk vond. Het is er ook nooit meer uitgegaan. Ik ben zelfs fanatieker dan mijn vader.
Mannen kunnen het tegenwoordig nog steeds niet geloven dat een vrouw van voetbal houdt. Ik ben alles al eens tegengekomen. Zo schreef ik al eens eerder over het buitenspelfenomeen en ben ik in het succesjaar van mijn cluppie uitgemaakt voor een succes-supporter. (Iemand die alleen laat zien voor een bepaalde club te zijn als het goed gaat met die club). Is het nu zo moeilijk te begrijpen dat vrouwen van voetbal kunnen houden?
Zelf geniet ik namelijk van de sfeer in het stadion. Op de tribune, tussen duizenden andere mensen die dezelfde passie delen. Ik geniet van de voetbalhumor. Zo zat ik ooit naast een man die erg negatief was en nog eerder een doelpunt voor de tegenpartij zag vallen. Toen onze club tegen zijn verwachting in toch scoorde, zei hij lachend: “dat zei ik toch!”
Maar een moment dat toch elke keer weer het kippenvel op mijn armen brengt, is niet alleen wanneer er gescoord wordt. Het is fantastisch om de tribune als één man te zien opspringen, zien klappen, juichen en zingen om een goal. Wat nog mooier is, is wanneer de rust bijna is afgelopen. Dan wordt het plaatselijk beroemde nummer “Al mot ik krupen” ingezet via de speakers. Steevast wordt er halverwege dit nummer afgetrapt voor de tweede helft. Het liedje stopt dan, maar het hele stadion zingt dan het refrein van het nummer, zonder enige begeleiding. Voetbal is een spelletje met een bal en tweeëntwintig man, maar met meer dan tienduizend mensen een typisch Nijmeegs liedje zingen, is ook voetbal. Tijdens het zingen staat het kippenvel op mijn armen en weet ik weer waarom ik zo van voetbal hou. Voetbal verbroedert.
(Ik weet dat er vaak genoeg rellen zijn en negatieve spreekkoren over homo’s of moeders en hoeren, maar deze blog gaat over mijn liefde voor voetbal. Niet om de negatieve kanten.)
Ben jij wel eens bij een voetbalwedstrijd geweest?